Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[APPELLANTE SUB 1],
[APPELLANTE SUB 2],
[APPELLANT SUB 3],
[APPELLANT SUB 4],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vorderen appellanten de herroeping van een arrest van het hof van 30 augustus 2011, waarin het hof de beëindiging van hun huurovereenkomsten wegens dringend eigen gebruik door Noord-Invest had bevestigd. De huurovereenkomsten betroffen woonruimte in panden aan de Zoutkeetsgracht te Amsterdam, waarvan Noord-Invest de renovatie wilde uitvoeren.
Appellanten stelden dat Noord-Invest onjuiste informatie had verstrekt over de beschikbaarheid van passende woonruimte, met name over de mogelijkheid van een stadsvernieuwingsurgentie. Noord-Invest voerde verweer dat appellanten hun vordering niet bij de bevoegde rechter hadden ingesteld en dat de vordering niet tijdig was ingediend.
Het hof oordeelde dat de vordering deels niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de termijn, maar dat een deel van de vordering ontvankelijk was. Desondanks werd de herroeping afgewezen omdat niet was gebleken dat Noord-Invest bedrog had gepleegd of dat er sprake was van valse of achtergehouden stukken. Ook de incidentele vordering van Noord-Invest om ontheffing van de betalingsverplichting van verhuis- en inrichtingskosten werd afgewezen.
Het hof veroordeelde appellanten in de kosten van het principale geding en Noord-Invest in de kosten van het incidentele geding en sprak het arrest uit op 27 januari 2015.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van het arrest wordt afgewezen en de incidentele vordering van Noord-Invest wordt eveneens afgewezen.