ECLI:NL:GHAMS:2015:2074
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen oplegging douanerechten wegens niet-zuivering T1-documenten knoflooktransport
Belanghebbende voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die de oplegging van douanerechten wegens niet-zuivering van T1-documenten voor twee knoflookzendingen afwees. De inspecteur had in 2003 uitnodigingen tot betaling (utb's) opgelegd, die belanghebbende betwistte vanwege vermeende schending van het verdedigingsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de mededelingen van de inspecteur voldoende waren om het verdedigingsbeginsel te respecteren en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het douanerecht duidelijke bepalingen kent die niet terzijde kunnen worden geschoven. Het Hof stelde echter dat de mededelingen niet als een vooraankondiging van de utb's konden worden gezien, waardoor sprake was van een procedurele fout.
Desondanks concludeerde het Hof dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij hierdoor benadeeld was, omdat zij al vroeg op de hoogte was van de problemen met de T1-documenten en voldoende gelegenheid had gehad om maatregelen te treffen. Ook was het beroep op een afspraak met de douane die zou leiden tot het achterwege laten van de utb's ongegrond. Het Hof bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank, veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.