Belanghebbende heeft aangifte gedaan voor plaatsing van knoflook onder de regeling extern communautair douanevervoer. Na het niet terugontvangen van terugzendingsexemplaren heeft de Inspecteur mededelingen gedaan en later uitnodigingen tot betaling van douanerechten uitgereikt wegens onttrekking aan douanetoezicht.
Het Hof oordeelde dat de mededelingen niet als vooraankondiging van de uitnodigingen tot betaling konden worden beschouwd, waardoor het verdedigingsbeginsel was geschonden. Het Hof vond echter dat deze schending niet tot nietigverklaring van de uitnodigingen leidde omdat belanghebbende niet was benadeeld.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had door niet te toetsen of zonder de schending het besluitvormingsproces een andere afloop had kunnen hebben. Gelet op een schikkingsvoorstel in de bezwaarfase is niet uitgesloten dat een juiste vooraankondiging tot een andere uitkomst had geleid. De uitnodigingen tot betaling worden vernietigd en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.