Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
.De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Gerechtshof Amsterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de juiste indeling van bevroren en gezouten kippenvlees onder de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) centraal, waarbij de vraag is of aanvullende aantekening 7 op hoofdstuk 2 van de GN dwingende werking heeft voor de indeling op postniveau. Belanghebbende had verzoeken tot terugbetaling van douanerechten ingediend, die door de inspecteur werden afgewezen. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat oordeelde dat vlees met een zoutgehalte van minder dan 1,2% niet als gezouten vlees onder post 0210 valt.
Het hof bevestigt dat aanvullende aantekening 7 geldig is en dwingende werking heeft, waarbij het criterium van een minimaal zoutgehalte van 1,2% rechtszekerheid biedt en eenvoudig controleerbaar is. Het hof wijst de stelling van belanghebbende af dat het zoutgehalte als indelingscriterium is komen te vervallen en dat karakterverandering van het vlees een alternatief criterium zou zijn. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en WTO-beslissingen faalt.
Het hof concludeert dat het kippenvlees met een zoutgehalte onder 1,2% terecht onder GN-code 0207 1410 is ingedeeld en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzoeken tot terugbetaling afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat kippenvlees met zoutgehalte onder 1,2% terecht is ingedeeld onder GN-code 0207 1410.