Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[geïntimeerde],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
Zijn er in Amsterdam nog meer advocaten met zo’n uitgebreid tuchtrechtelijk verleden als [appellant] ?
als advocaat van onder anderen [van B.] rond 1990 ook nauw betrokken was bij een, volgens direct betrokkenen, omvangrijke witwasoperatie’ en daarbij onvermeld te laten dat de Orde van Advocaten in 2005 ter zake geen aanleiding zag voor tuchtrechtelijke stappen jegens klager, hebben verweerders op dit punt onvolledig en daardoor onjuist over klager bericht. (…)
koploper is waar het gaat om tuchtzaken, procedures tegen en beslagleggingen bij (ex-)cliënten’. Niet is gebleken dat voor deze bewering voldoende feitelijke grondslag bestaat. (…)
betrokkenwas, was ten tijde van de gewraakte publicatie voldoende steun te vinden in het toen aan Het Parool c.s. ter beschikking staande feitenmateriaal. Het hof verwijst daartoe naar de inhoud van een aantal in eerste aanleg reeds door Het Parool c.s. in het geding gebrachte producties (onder meer productie 32, productie 40, productie 41, en productie 43, p. 4) en naar met name de inhoud van de verklaringen van [S.A.] (productie 44) en de Amerikaanse advocaat [naam] (productie 52). Voor zover [appellant] heeft gesteld dat moet worden getwijfeld aan de authenticiteit van de verklaring van [S.A.] , kan het hof [appellant] , gelet op de inhoud van de overige producties en verklaringen, daarin niet volgen.
grief Ifaalt.
grief IIevenmin kan slagen.
grief IIIis tevergeefs voorgesteld.
grief IVeveneens moet worden verworpen.
grief Vfaalt.
grief VIIevenmin kan slagen.
grief VIIIis tevergeefs voorgesteld.
grief VIevenmin kan slagen.
grief IX, die zelfstandige betekenis mist, om die reden geen bespreking behoeft en het lot van de overige grieven deelt.