Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
5. De vennoten zullen in onderling overleg en afhankelijk van de financieringsbehoefte van de vennootschap afspraken maken met betrekking tot de financiering van de vennootschap, terwijl de vennootschap vanwege de middels haar tussenkomst gerealiseerde verkopen van KI een nader door de vennoten vast te stellen verkoopprovisie zal ontvangen.
“Article 2
3.Beoordeling
”dat hij een beëindiging van de opdrachtovereenkomst gerechtvaardigd acht indien [appellant sub 1] zijn taken met een volstrekt onaanvaardbare inzet heeft uitgevoerd, bijvoorbeeld door deze taken grotendeels aan [B] over te laten, en voorts indien hij wetende van malversaties van [B] deze ongemoeid heeft gelaten, dan wel deze heeft afgedekt en daarover geen informatie aan [Y] heeft verstrekt”(rov. 11 tussenvonnis van 13 november 2012).
” (…) indien [appellant sub 1] zijn taken met een volstrekt onaanvaardbare inzet heeft uitgevoerd, bijvoorbeeld door deze taken grotendeels aan [B] over te laten, en voorts indien hij wetende van malversaties van [B] deze ongemoeid heeft gelaten, dan wel deze heeft afgedekt en daarover geen informatie aan [Y] heeft verstrekt”(rov. 11 tussenvonnis van 13 november 2012).