Uitspraak
GEMEENTE BEVERWIJK,
STICHTING [X],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de gemeente Beverwijk belang had bij wijziging of opheffing van een erfdienstbaarheid die rust op een perceel dat zij beheert. Het hof verwees naar een eerder tussenarrest en hield een comparitie ter plaatse om de situatie nader te beoordelen.
De gemeente trok een van haar grieven in en zag af van een antwoordakte, wat het hof interpreteerde als een erkenning van overeenstemming tussen partijen en een derde over het gebruik van het servituutgebied. Hierdoor had de gemeente geen belang meer bij wijziging van de erfdienstbaarheid. De vordering tot wijziging werd afgewezen wegens onvoldoende concrete onderbouwing.
Daarnaast stelde de stichting dat de erfdienstbaarheid ook rust op een groter deel van het perceel dan de rechtbank had vastgesteld. Het hof oordeelde dat deze stelling onvoldoende werd weersproken door de gemeente en stelde daarom het vonnis van de rechtbank op dit punt vernietigd, met een nieuw dictum dat de erfdienstbaarheid op het grotere perceel rust.
De overige vorderingen van de gemeente werden afgewezen en het hof veroordeelde de gemeente tot betaling van de proceskosten van zowel het principaal als incidenteel appel. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2015.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de gemeente tot wijziging en opheffing van de erfdienstbaarheid af en verklaart dat de erfdienstbaarheid rust op een groter perceel.