ECLI:NL:GHAMS:2015:3599
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk bij machtigingsprocedure opzegging huurovereenkomst curandus
Appellante, die onder curatele staat, kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die aan haar curator machtiging verleende om haar huurovereenkomst met Kennemer Wonen op te zeggen. Het geschil betrof de ontvankelijkheid van dit hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de beschikking.
De kantonrechter had de curator gemachtigd de huurovereenkomst op te zeggen, omdat de curandus onbekwaam is rechtshandelingen te verrichten, behalve in enkele wettelijke uitzonderingen. Een van die uitzonderingen is dat de curandus in zaken van curatele zelf in rechte kan optreden en hoger beroep kan instellen. De vraag was of de machtigingsprocedure tot opzegging van de huurovereenkomst als een zaak van curatele kan worden aangemerkt.
Het hof overwoog dat een machtigingsprocedure, ook bij curatele, niet valt onder het begrip 'zaak van curatele' zoals bedoeld in artikel 798 lid 2 Rv Pro en artikel 1:381 lid 6 BW Pro. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie over beschermingsbewind. Daarom is appellante niet bevoegd om zelf hoger beroep in te stellen tegen de machtiging. Het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep en in het verzoek om schorsing van de beschikking.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en verzoek om schorsing tegen de machtiging tot opzegging van haar huurovereenkomst.