In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de verdachte veroordeeld voor het niet opvolgen van een politiebewijs en het verstoren van de openbare orde op 5 juli 2011 aan de Passeerdersgracht te Amsterdam. De feiten betreffen deelname aan een groep die zich verzette tegen de ontruiming van panden, waarbij onder meer barricades werden opgeworpen, geluidsoverlast werd veroorzaakt, en voorwerpen naar de politie werden gegooid.
De verdediging voerde onder meer aan dat het ging om een wettige manifestatie in de zin van de Wet openbare manifestaties, dat de dagvaarding niet ontvankelijk was wegens détournement de pouvoir, en dat het Openbaar Ministerie willekeurig had gehandeld. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de samenkomst niet als manifestatie kwalificeerde, mede vanwege het gebruik van rookbommen, barricades en agressief gedrag.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte deel uitmaakte van een groep die de openbare orde verstoorde en niet gehoor gaf aan drie vorderingen van de politie om zich te verwijderen. De verdachte werd veroordeeld tot twee geldboetes van €50,- en één dag hechtenis, waarbij rekening werd gehouden met de omstandigheden en het ontbreken van eerdere justitiële documentatie van de verdachte.