Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
(i) heeft [geïntimeerde] het werk opgeleverd en is dit door [appellant] aanvaard?
Gerechtshof Amsterdam
Partijen sloten op 24 juli 2012 een aannemingsovereenkomst voor de verbouwing van een restaurant met een aanneemsom van €60.000 exclusief btw. De opleveringsdatum werd uitgesteld tot 2 september 2012. Na vertragingen en communicatie over gebreken, waaronder aan de elektrische installatie en toiletpompen, ontstond een geschil over oplevering en betaling.
De kantonrechter wees de vorderingen van de aannemer toe en wees de tegenvorderingen van de opdrachtgever af. In hoger beroep stelde het hof vast dat het werk stilzwijgend was aanvaard op 2 september 2012 en dat er geen sprake was van tekortkomingen aan de elektrische installatie. De klachten over de toiletpompen waren onvoldoende onderbouwd.
Het hof oordeelde dat het meerwerk deels toewijsbaar was en dat appellant nog €24.125 inclusief btw verschuldigd was, vermeerderd met 12% rente vanaf 18 oktober 2012 en €1.016,25 aan buitengerechtelijke incassokosten. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betalingsveroordeling betrof, bekrachtigde het verder en veroordeelde appellant in de kosten van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellant tot betaling van €24.125 plus rente en incassokosten en bekrachtigt het vonnis voor het overige.