Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 1.037).
€ 0 € 677
€ 3.859-/-
- de aangegeven SVB-uitkering is geschrapt;
- de WAO-uitkering is buiten de grondslag voor de berekening van de arbeidskorting gelaten.
€ 3.859-/-
€ 14.398
€ 3.859 /-
3.Geschil in hoger beroep
4.Beslissing rechtbank
5.5. Beoordeling van het geschil
Hetgeen belanghebbende voorts heeft aangevoerd doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de raadsheer dan wel de kamer die de zaak heeft behandeld.
De door belanghebbende gestelde feiten en omstandigheden rechtvaardigen - ook overigens - niet de conclusie dat hij aan een hem wettelijk toekomende rechter is onttrokken, althans dat de controle op en handhaving van zijn recht op een eerlijk proces in deze onvoldoende zijn gewaarborgd.
Het Hof ziet voorts geen reden eraan te twijfelen dat de aanslag is opgelegd en de uitspraak op bezwaar is gedaan door een namens een inspecteur gemandateerde functionaris. Dat aan de mandatering een gebrek zou kleven is door belanghebbende in hoger beroep op zichzelf niet gesteld. Wel is door belanghebbende geklaagd over de weergave van de gang van zaken bij de rechtbank in het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank, maar daarin leest het Hof op zichzelf niet een (concrete) klacht over de mandatering.
De inspecteur of namens hem handelende functionaris is overigens gebonden aan uitlatingen en standpunten van de inspecteur die zijn rechtsvoorganger is. Dit laatste betekent dat, anders dan belanghebbende heeft gesteld, belanghebbende door overgang van bevoegdheden van de ene inspecteur op de andere inspecteur niet de rechtsbescherming mist van enig door de inspecteur dan wel zijn rechtsvoorganger gevoerd beleid.