Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. A.E. Martinez Linnemannte [plaats] .
Gerechtshof Amsterdam
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarbij haar schuldsaneringsregeling tussentijds werd beëindigd. Zij voerde aan dat persoonlijke omstandigheden, waaronder de ziekenhuisopname van haar dochter en tijdelijke huisverbod, haar betalingsproblemen verklaarden en dat zij inmiddels betalingsregelingen trof en haar echtgenoot een dienstbetrekking had gevonden.
De bewindvoerder stelde dat appellante nieuwe schulden had laten ontstaan bij meerdere schuldeisers, dat deze schulden waren opgelopen en dat geen bewijs was geleverd van aflossing of van het inkomen van haar echtgenoot. Het hof stelde vast dat appellante tekort was geschoten in haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, dat de nieuwe schulden bovenmatig waren en dat geen concreet en onderbouwd aflossingsplan was overgelegd.
Het hof oordeelde dat de tekortkomingen verwijtbaar waren en dat persoonlijke omstandigheden en medische kosten niet tot een ander oordeel leidden. Gezien de ernst van de tekortkomingen was tussentijdse beëindiging van de regeling gerechtvaardigd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens het ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden en het ontbreken van een reëel aflossingsplan.