ECLI:NL:GHAMS:2015:487
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen en toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende, bestuurder van een BV, kreeg navorderingsaanslagen IB/PV opgelegd voor de jaren 2002 tot en met 2005 vanwege vermeend privégebruik van een ter beschikking gestelde Mercedes. De inspecteur baseerde de aanslagen op het ontbreken van een sluitende kilometeradministratie en een boekenonderzoek.
Belanghebbende voerde aan dat zij een kilometeradministratie had bijgehouden, maar kon dit niet tijdig en controleerbaar bewijzen. De rechtbank en het Hof oordeelden dat de inspecteur terecht bijtelling toepaste omdat het bewijs van beperkt privégebruik ontbrak. Tevens werd geoordeeld dat de mandaatvoorschriften niet waren geschonden en dat de hoorplicht niet was overtreden.
Daarnaast werd in hoger beroep het geschil over een vergoeding voor immateriële schade behandeld. Het Hof stelde vast dat de bezwaar- en beroepsprocedure ruim drie jaar langer duurde dan de redelijke termijn, waardoor de inspecteur werd veroordeeld tot betaling van €3.500 aan belanghebbende.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarbij het belanghebbende opgelegde inkomen en bijtelling als correct beoordeelde. De immateriële schadevergoeding werd toegewezen vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in de fiscale procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen bevestigd; de inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van €3.500 immateriële schadevergoeding.