ECLI:NL:GHAMS:2015:5169
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsverdeling tussen burgerlijke rechter en belastingrechter bij aanslag toeristenbelasting
De rederij Volendam-Marken Express B.V. stelde in hoger beroep dat twee overeenkomsten met de gemeente Waterland nietig zijn. Deze overeenkomsten betroffen afspraken over het aantal vervoerde personen en de aanslag toeristenbelasting voor 2011 en 2012. De rechtbank had zich bevoegd verklaard en de vordering afgewezen. Het hof stelde ambtshalve de vraag aan de orde of de burgerlijke rechter wel bevoegd was, gezien het gespecialiseerde belastingrecht.
De rederij had kunnen en moeten haar geschil over de aanslagen en de onderliggende overeenkomsten voorleggen aan de belastingrechter, die een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang biedt. De afspraken tussen partijen konden niet los worden gezien van de aanslagen, en de rederij had bezwaar en beroep kunnen instellen bij de belastingrechter. Het beding in de overeenkomst dat de rederij afzag van bezwaar en beroep deed hieraan niet af.
Het hof concludeerde dat de rechtbank de rederij niet-ontvankelijk had moeten verklaren, maar dat het geschil niet door de burgerlijke rechter kon worden behandeld. Daarom vernietigde het hof het vonnis en verklaarde de rederij alsnog niet-ontvankelijk. De rederij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De rederij wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de belastingrechter exclusief bevoegd is voor het geschil over de aanslagen toeristenbelasting.