ECLI:NL:GHAMS:2015:5466
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen wrakingsbeslissing met wrakingsverbod
In deze zaak heeft de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 december 2015 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verzoeker tegen een wrakingsbeslissing van 17 november 2015. Deze wrakingsbeslissing betrof een verbod op verdere wrakingsverzoeken tegen de tuchtrechters die de wrakingsverzoeken behandelden.
De wrakingskamer stelde vast dat op grond van artikel 37 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet en de toepasselijkheid van Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering (Sv) leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kunnen worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Echter, artikel 515 lid 5 Sv Pro bepaalt uitdrukkelijk dat tegen beslissingen van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat, ook niet tegen een wrakingsverbod.
Daarom werd het hoger beroep van verzoeker als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer benadrukte dat deze regeling niet verhindert dat in het hoger beroep in de hoofdzaak de wrakingsbeslissing alsnog ter discussie kan worden gesteld of dat er geklaagd kan worden over rechterlijke onpartijdigheid in eerste aanleg.
Vanwege de niet-ontvankelijkheid werd geen mondelinge behandeling van het hoger beroep bepaald en kwam de wrakingskamer niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroepschrift.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing met wrakingsverbod.