Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Artikel 1 - Beëindiging
3.Beoordeling
“ (i) ieder bod op alle (certificaten van) aandelen dat (ii) door tenminste 50% van de houders van de (certificaten) van aandelen wordt aanvaard, (iii) welk bod door degene die het bod heeft gedaan gestand wordt gedaan en (iiii) betrekking heeft op meer dan 50% van alle stemrechten verbonden aan de aandelen en certificaten die door de houder kunnen worden gecertificeerd.”.
maar dat moet dan wel passen in het totale financiële plaatje met inachtneming van mijn positie als directeur en aandeelhouder”In een latere e-mail van 17 oktober 2011 in reactie op een toelichting door [B] op de discussie rond de einddatum van de arbeidsovereenkomst heeft [appellant] vastgesteld dat wat hem betreft niet aan de exitregeling kan worden getornd. Nadat er kennelijk nog enige gesprekken en voorstellen zijn gevolgd heeft [B] in zijn functie als voorzitter van de Raad van Commissarissen aan [appellant] omtrent de eventuele nieuwe arbeidsovereenkomsten onder meer het volgende bericht
“ - salarisniveau, in jullie geval Q3 gezien de jarenlange ervaring, een opvolger start
“4. Ook hebben wij gesproken over wat u noemde de golden parachute. Dat dit een overeenkomst is waar partijen aan gehouden zijn staat wat u betreft buiten kijf. Het is wat u betreft geen issue omdat het er vooralsnog niet naar uitziet dat van een verkoop op korte termijn sprake zal zijn.”