Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/274298/ HA ZA 13-954)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
2. De bestuurders worden benoemd door de algemene vergadering en kunnen door haar te allen tijde worden geschorst en ontslagen. (…)
4. Een geschorste bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene vergadering te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te doen bijstaan".
1. De gewone algemene vergadering wordt jaarlijks uiterlijk binnen zes maanden na het boekjaar gehouden.
3. Buitengewone algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur deze bijeenroept. (…)
2. De bijeenroeping geschiedt, onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid Pro 4, door een bestuurder bij brieven aan de adressen van aandeelhouders zoals vermeld in het register als bedoeld in artikel 7.
3. Indien de door de wet of de statuten gegeven voorschriften voor het houden van vergaderingen en de aankondiging van de te behandelen onderwerpen niet in acht zijn genomen, kunnen desondanks rechtsgeldige besluiten worden genomen, mits in de betreffende vergadering het gehele geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd en mits met algemene stemmen.
1. Besluiten van aandeelhouders kunnen in plaats van in algemene vergaderingen ook schriftelijk – waaronder mede begrepen telefax- of telexbericht – buiten vergadering worden genomen, mits met algemene stemmen van alle tot stemmen bevoegde aandeelhouders."
grieven 3 en 4betoogt [appellant] dat [Pet Nutrition] hem geen reële mogelijkheid heeft geboden zich te verweren tegen zijn ontslag (daarover te worden gehoord) en [Pet Nutrition] daaromtrent te adviseren. De tijd die hem daarvoor is gegeven was volgens [appellant] te kort. Een reële gedachtewisseling heeft nooit plaatsgevonden; de uitkomst stond bij voorbaat vast. Volgens [appellant] is onbegrijpelijk de overweging van de rechtbank dat [appellant] niet naar voren heeft gebracht dat hij méér of andere argumenten had willen/kunnen aanvoeren maar daarin is gehinderd door de door [Pet Nutrition] gestelde termijn (de laatste zin van rechtsoverweging 3.9). Ook de omstandigheid dat [appellant] reeds de toegang tot zijn arbeidsplaats en de systemen was ontzegd, heeft [appellant] gehinderd bij de uitoefening van zijn adviesrecht en het voeren van verweer, aldus [appellant] .
Grief 5, gericht tegen rechtsoverweging 3.14 van het bestreden vonnis waarin de rechtbank heeft overwogen dat geen grond bestaat om het ontslagbesluit nietig te verklaren dan wel te vernietigen en dat de primaire vordering van [appellant] daarom moet worden afgewezen, faalt.
grief 6gericht. Volgens [appellant] behoort de pensioenpremie (het werkgeversdeel) wel degelijk tot de vergoeding voor in loondienst verrichte arbeid. Bij het berekenen van de [appellant] toekomende fictieve schadevergoeding heeft [Pet Nutrition] daarmee ten onrechte geen rekening gehouden, aldus [appellant] .
grief 7heeft [appellant] aangevoerd dat hij uit het citaat van de brief van 5 augustus 2013 de toezegging heeft ontleend, en ook heeft mogen ontlenen, dat alle drie zojuist bedoelde emolumenten zouden meetellen voor de berekening van de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding, hetgeen de rechtbank heeft miskend.
Grief 10faalt.
Grief 9, inhoudende dat [appellant] op grond van de aan hem verleende decharge ervan uitging en mocht uitgaan dat hij goed functioneerde en dat hem in ieder geval een verbeterkans zou worden geboden, kan niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. Hetzelfde geldt voor
grief 11, waarmee [appellant] betoogt dat hij die verwachting mocht hebben op grond van zijn uitsluitend goede beoordelingen en de omstandigheid dat hem kort voor zijn ontslag is gevraagd in dienst te treden en bestuurder te worden van [Pet Nutrition] . De decharge en goede beoordelingen, die niet zagen op de [appellant] verweten, pas later gebleken gedragingen, laten onverlet dat op grond van de nadien bekend geworden onderzoeksresultaten een gebrek aan vertrouwen kon en is ontstaan in het functioneren van [appellant] .
grief 12anders concludeert faalt de grief.
grieven 13, 14 en 15falen.
"dat het ontvangen van de bonus afhankelijk is van persoonlijke resultaten van de werknemer"(punt 3.2.5, onder h, van haar memorie van antwoord/grieven). Hieruit leidt het hof af dat de beslissing om al dan niet een bonus toe te kennen niet geheel discretionair is (in die zin dat [Pet Nutrition] geheel naar eigen believen wel of niet een bonus kan toekennen), maar dat de toekenning van de bonus wel degelijk – in ieder geval deels afhankelijk is van de prestaties van de werknemer en dat de werknemer onder omstandigheden aanspraak kan maken op uitbetaling ervan.
4.De uitspraak
A.W. Rutten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 maart 2018.