ECLI:NL:GHAMS:2016:142
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens ontbreken geldige parkeervergunning
Belanghebbende was eigenaar van een auto waarvoor een bewonersvergunning tot 1 juli 2014 gold. Na aankoop heeft hij in april 2014 een parkeervergunning voor bedrijven aangevraagd, maar deze werd geweigerd vanwege een verlopen uittreksel uit het Handelsregister. Ondanks meerdere aanvragen werd de vergunning pas op 17 juli 2014 afgegeven.
Voor het parkeren op 9, 10 en 11 juli 2014 werden naheffingsaanslagen opgelegd omdat geen geldige vergunning aanwezig was. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat hij tijdig een vergunning had aangevraagd en dat de vertraging door de gemeente kwam.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het risico van het ontbreken van een geldige vergunning voor rekening van belanghebbende komt. Het indienen van een aanvraag geeft nog geen recht op een vergunning. Belanghebbende had moeten controleren of de vergunning was verleend en had parkeerbelasting moeten betalen zolang dit niet het geval was.
Het hof bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd omdat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een parkeervergunning op de relevante data.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn terecht opgelegd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.