Belanghebbende voerde handel op de Beverwijkse Bazaar naast een fulltime dienstverband bij een supermarkt en bracht verliezen uit deze handel in mindering op zijn belastbaar inkomen over de jaren 2009 tot en met 2011. Daarnaast claimde hij reisaftrek.
De rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde. Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de handel geen bron van inkomen vormde omdat het ontbrak aan een subjectief winstoogmerk en een redelijke verwachting van voordeel. Belanghebbende had verklaard dat de handel een hobby was en niet bedoeld om inkomsten te genereren.
Verder werd het recht op reisaftrek afgewezen omdat belanghebbende niet beschikte over een openbaarvervoerverklaring of een reisverklaring met plaatsbewijzen, zoals vereist volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Uitvoeringsregeling. Het hof achtte het boekenonderzoek van de inspecteur aannemelijk en wees de stelling van belanghebbende dat geen onderzoek had plaatsgevonden af.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in kosten uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.