Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Inleiding en beoordeling
niet kan verenigen op de volgende punten:
- de vraag of de rechtsvordering ter zake van dit voorval is verjaard;
- de vraag of Liander N.V. ter zake van het voorval vorderingsgerechtigd is, mede gelet op de vraag of Liander N.V. de schade waarvan zij vergoeding vordert in eigen vermogen heeft geleden en
- de omvang van de vordering en in dit verband de vraag of de schade zoveel mogelijk is beperkt.
als de renvooiprocedure te beschouwen.
en Liander N.V. wordt hiermee ingestemd.
grieven I en IIkunnen gezamenlijk worden besproken. Zij houden in dat de rechtbank in de overwegingen 2.6 en 2.7 van het bestreden vonnis heeft miskend dat Liander niet vorderingsgerechtigd is en geen schade heeft geleden als gevolg van het schadevoorval. Het hof oordeelt als volgt.
gebruikelijk isdat bij het vaststellen van een schade als de onderhavige de wederzijdse experts moeten proberen de objectieve reparatiekosten zo goed mogelijk vast te stellen, dat gewoonlijk de schade door de experts gezamenlijk wordt opgenomen en beschreven en dat vervolgens aan een of meer concurrerende ondernemers wordt gevraagd een offerte uit te brengen, uit niets blijkt dat Liander tot een dergelijke schadevaststelling en verdere gang van zaken
rechtenswas gehouden. Het aanbod van [X] om “de betrokken expert van Hanselman” (bedoeld wordt kennelijk ing. [B] van Hanselman Expertises B.V.) op dit punt als getuige te doen horen, wordt daarom als niet ter zake dienend van de hand gewezen.
grieven IV en Vmissen zelfstandige betekenis en blijven daarom onbesproken.