ECLI:NL:GHAMS:2016:2191
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens opzettelijk onjuiste aangifte inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft in de jaren 2011 en 2012 aangiften inkomstenbelasting ingediend waarin hij zijn verhuurde onroerende zaken niet heeft aangegeven. De inspecteur legde daarop aanslagen en vergrijpboetes op wegens opzettelijk onjuiste aangifte. De rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond en bevestigde de boetes.
In hoger beroep stond centraal of belanghebbende met opzet of voorwaardelijk opzet de onjuiste aangiften heeft gedaan. Het hof oordeelde dat belanghebbende voldoende kennis moest hebben van zijn fiscale verplichtingen, mede gelet op eerdere correcties en navorderingsaanslagen over voorgaande jaren. Zijn argumenten dat hij de vraag niet begreep en dat de Belastingdienst toch op de hoogte was, werden door het hof niet geloofd.
Het hof stelde vast dat belanghebbende drie jaar achtereen zelf de aangifte deed en telkens bewust de relevante vraag over box 3 bezittingen niet invulde. Dit wijst op (voorwaardelijk) opzet. Ook de klacht dat hij niet de gelegenheid kreeg nadere informatie te verstrekken werd verworpen. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de boetes wegens opzettelijk onjuiste aangifte inkomstenbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.