Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
gemachtigden: mrs. [VV] , [WW ] , en [ZZ] ,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof:van 20 oktober 1995] en een bespreking welke ik had met [BX en CX] (…) geef ik u onderstaand een uiteenzetting over het beoogde vervolgtraject.
$ 266.660
- De heer [CX] op 1 september 2006 een vordering in rekening courant heeft op de Schuldenaar, groot $ 385.722,-
- [Belanghebbende] voornoemde vordering (…) van de heer [CX] heeft overgenomen op 1 september 2006;
- De heer [CX] bij wijze van tegenprestatie een vordering op de Stichting krijgt, voor een bedrag gelijk aan het bedrag van de overgedragen vordering;
- Wat is de aankoopdatum van het onroerend goed?
- Hoe is dit gefinancierd?
- Gaarne bewijsstukken hieromtrent.”
Hof:van [AX] ] bestond voornamelijk uit een viertal ondernemingen in Brazilië en Paraguay. Na overleg is besloten om 20% van de opbrengst van de verkoop van deze bedrijven uiteindelijk ten goede te laten komen aan allerleid liefdadigheidsprojecten in genoemde landen. (…) Van de te ontvangen koopsom wordt 20% gecedeerd aan [belanghebbende]. De heren [BX] en [CX] krijgen beiden een renteloze lening op [belanghebbende]. De geschonken lijfrentetermijnen worden op de renteloze lening in mindering gebracht. (…) Uit de aanwezige stukken blijkt dat de genoemde 20% (…) een waarde vertegenwoordigd heeft van: $ 946.659 ( [BX en CX] : $ 473.329).
- Graag ontvang ik een gedetailleerd overzicht van de projecten waaraan financieel is bijgedragen door [belanghebbende] (…)
- Graag ontvang ik een totaaloverzicht van de bedragen die in aftrek zijn gebracht bij [BX en CX] in verband met de kwijtschelding van de vorderingen (…)
- Zijn er jaarstukken opgemaakt? (…)
- In het dossier is (…) een kopie akte van schenking van de heer [CX] inzake periodieke uitkeringen (m.i.v. 2000) van [CX] aan de stichting ten bedrage van fl. 100.000 aangetroffen. Bestond deze akte naast de eerder[e] uit 1998 met p.u.’s van fl. 25.000?
- In het dossier zijn kopieën aangetroffen inzake het project ‘kinderopvang [AA] ’ waarin bedragen worden vermeld die ik niet kan thuisbrengen (2006: $ 73.124; 2007: $ 154.787 en 2008: $ 151.811). [G]raag een uitleg hierover.”
Hof:kennelijk abusievelijk] op 11 oktober 2006 gedagtekende verklaring van [E 1] , ‘Presidente da Creche’, en [M] , ‘Presidente do Conselho Fiscal’ waarin zij – volgens de bijgevoegde Nederlandse vertaling daarvan – verklaren
het Hof leest: schonk] tussen 2006 en 2008 jaarlijks een bedrag aan [Associaçao AA] opdat de crèche gebouwd kan worden.
- De administratieve verwerking van de overboekingen van jullie bedrijven naar de crèche?
- Eventuele bankafschriften indien er geld naar de crèche is overgemaakt?
- Andere relevante gegevens waardoor wij kunnen aantonen dat het geld van [BX en CX] bij jullie binnen is gekomen en door is gegeven (na eventuele verhoging van jullie) naar de crèche?
21
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Hof: Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (tekst tot 1 januari 2012)is – voor zover hier van belang – het volgende bepaald:
Hof] opgenomen in artikel 1a van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 (hierna ook: de Uitvoeringsregeling AWR).
Hof], is - voor zover hier van belang - het volgende opgemerkt (NvT Stcrt. 2007, 28):
[het Hof leest: vergt] en dat de te stellen eisen dienen te worden aangepast aan de aard en de omvang van de instelling (vgl. HR 27 september 2002, nr. 36.676, ECLI:NL:HR:2002:AD8780, BNB 2003/13). Hierbij moet in het oog worden gehouden dat de regeling erop gericht is om te waarborgen dat de door de instelling bijeengebrachte middelen daadwerkelijk en controleerbaar ten behoeve van de doelstelling worden ingezet. In dit verband overweegt de rechtbank dat sprake is van een stichting opgericht door twee particulieren met als doel gelden uit de nalatenschap van hun overleden broer te doneren aan liefdadigheidsprojecten in Brazilië en Paraguay. Eiseres is hierbij opgetreden als financier en heeft zich niet bezighouden met de concrete uitvoering van de projecten aldaar. Zoals eiseres heeft uiteengezet, zijn de donaties aan de liefdadigheidsprojecten gelopen via de ondernemingen in Brazilië en Paraguay. Het zogenoemde [Fundo AX] – een samenwerkingsverband van de betrokken ondernemers ter plaatse, zo begrijpt de rechtbank uit de door eiseres gegeven toelichting – zorgde ervoor dat de gedoneerde gelden aldaar werden besteed aan de liefdadigheidsprojecten. Eiseres had als enig activum een vordering op genoemde ondernemingen die met het oog op de donaties aan de goede doelen is kwijtgescholden. Daartegenover stond een schuld aan de heren [BX en CX] die periodiek werd kwijtgescholden. Verder hebben er binnen eiseres geen transacties plaatsgevonden.