4.4.Uitgaande van het door haar gehanteerde toetsingskader heeft de rechtbank heeft in onderdeel 4 tot en met 16 van zijn ‘Beoordeling van het geschil’ het volgende overwogen.
“4. Uit de stukken blijkt duidelijk dat de bestuursleden van eiseres geen onkostenvergoedingen en vacatiegelden hebben ontvangen en dat geen kosten zijn gedeclareerd ten behoeve van het beheer van eiseres. Zoals eiseres onweersproken heeft gesteld, hebben de heren [BX en CX] nimmer kosten doorbelast aan eiseres en hebben zij steeds de kosten van eiseres in privé gedragen. Ook de reizen naar Brazilië om de besteding van de middelen aldaar te controleren zijn niet aan eiseres in rekening gebracht. Over de aard en de omvang van de inkomsten van eiseres en de aard en de omvang van het vermogen van eiseres verschillen partijen evenmin van mening. Niet in geschil is dat de vorderingen op de kopers van de overgedragen ondernemingen zijn gecedeerd aan eiseres, dat daartegenover de heren [BX en CX] een vordering op eiseres hebben verkregen en dat de hiermee corresponderende schulden van eiseres vervolgens door middel van kwijtscheldingen in termijnen door de heren [BX en CX] aan eiseres zijn geschonken. Nu dit een en ander ook duidelijk blijkt uit de door eiseres overgelegde bescheiden (de schenkingsakten, akten van cessie, schuldigerkenningen door eiseres en de jaarstukken), is de rechtbank van oordeel dat de administratie van eiseres in zoverre voldoet aan de in de Uitvoeringsregeling gestelde eisen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of uit de overgelegde stukken duidelijk blijkt dat de uitgaven van eiseres zijn besteed aan de gestelde liefdadigheidsprojecten. Met betrekking tot de onderhavige jaren is in het bijzonder in geschil de vraag of de gelden ten goede zijn gekomen aan de [Associaçao AA] die het kinderopvangcentrum exploiteert. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.
5. Ingevolge artikel 41a, lid 1, aanhef en onderdeel i, aanhef en onder 3, van de Uitvoeringsregeling dient de administratie zodanig te zijn ingericht dat daaruit duidelijk blijkt de aard en de omvang van de kosten die door de instelling zijn gemaakt ten behoeve van de werving van gelden en het beheer van de instelling, alsmede de aard en omvang van de andere uitgaven van de instelling. Uit de Nota van Toelichting bij de Uitvoeringsregeling volgt dat deze eis erop is gericht om te kunnen beoordelen of de instelling een redelijke verhouding hanteert tussen haar beheers- en wervingskosten en haar bestedingen ten behoeve van de doelstelling van de ANBI. Bij de beoordeling of eiseres aan deze administratieve eis heeft voldaan, dient in het achterhoofd te worden gehouden dat – naar eiseres onweersproken stelt – geen beheers- of wervingskosten ten laste van eiseres zijn gekomen.
6. Voorts volgt uit de Nota van Toelichting bij de Uitvoeringsregeling dat de toepassing van de administratieve voorwaarden maatwerk vergen[het Hof leest: vergt] en dat de te stellen eisen dienen te worden aangepast aan de aard en de omvang van de instelling (vgl. HR 27 september 2002, nr. 36.676, ECLI:NL:HR:2002:AD8780, BNB 2003/13). Hierbij moet in het oog worden gehouden dat de regeling erop gericht is om te waarborgen dat de door de instelling bijeengebrachte middelen daadwerkelijk en controleerbaar ten behoeve van de doelstelling worden ingezet. In dit verband overweegt de rechtbank dat sprake is van een stichting opgericht door twee particulieren met als doel gelden uit de nalatenschap van hun overleden broer te doneren aan liefdadigheidsprojecten in Brazilië en Paraguay. Eiseres is hierbij opgetreden als financier en heeft zich niet bezighouden met de concrete uitvoering van de projecten aldaar. Zoals eiseres heeft uiteengezet, zijn de donaties aan de liefdadigheidsprojecten gelopen via de ondernemingen in Brazilië en Paraguay. Het zogenoemde [Fundo AX] – een samenwerkingsverband van de betrokken ondernemers ter plaatse, zo begrijpt de rechtbank uit de door eiseres gegeven toelichting – zorgde ervoor dat de gedoneerde gelden aldaar werden besteed aan de liefdadigheidsprojecten. Eiseres had als enig activum een vordering op genoemde ondernemingen die met het oog op de donaties aan de goede doelen is kwijtgescholden. Daartegenover stond een schuld aan de heren [BX en CX] die periodiek werd kwijtgescholden. Verder hebben er binnen eiseres geen transacties plaatsgevonden. 7. Gelet op de eenvoudige aard en de beperkte omvang van de activiteiten van eiseres kan de rechtbank verweerder niet volgen in zijn betoog dat erop neerkomt dat van eiseres wordt verlangd een administratie bij te houden van de genoemde liefdadigheidsprojecten. Overlegging van de administratie van de [Associaçao AA] , ter zake waarvan eiseres heeft gesteld dat de beschikbare gelden in de onderhavige jaren nagenoeg volledig zijn besteed aan meergenoemde projecten, acht de rechtbank dan ook mogelijk in het kader van voldoening aan de onderhavige administratieve verplichtingen, temeer daar deze administratie – zo is onweersproken vast komen te staan – is goedgekeurd door een plaatselijke accountant en uit deze administratie blijkt van donaties van de ondernemingen. De omstandigheid dat deze administratie in het Portugees is gesteld, acht de rechtbank niet van belang.
8. Verweerder moet in zoverre worden gevolgd in zijn betoog dat de door eiseres overgelegde administratie een aantal tekortkomingen bevat. Zo is in de door eiseres en [K] verstrekte overzichten niet steeds het desbetreffende valutateken vermeld. Voorts is – zo heeft eiseres zelf ook toegegeven – geen nauwkeurige boekhouding bijgehouden van de besteding van de gelden in Brazilië en Paraguay en behoeven de overgelegde administratieve bescheiden enige toelichting. Het is met name niet mogelijk de door eiseres gedoneerde bedragen in de administratie van de [Associaçao AA] afzonderlijk te identificeren omdat deze opgaan in donaties van de ondernemingen.
9. De rechtbank acht bovenvermelde tekortkomingen in het licht van de overige administratieve bescheiden van eiseres van ondergeschikt belang, dat wil zeggen van onvoldoende gewicht om de ontzegging van de ANBI-status te rechtvaardigen. Uit de administratie van de [Associaçao AA] in combinatie met de overzichten en verklaringen van [K] en de directeur van het kinderopvangcentrum, blijkt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat de gedoneerde bedragen ten goede zijn gekomen aan het liefdadigheidsproject van de [Associaçao AA] en voorts dat in de donaties van de ondernemingen mede de van eiseres afkomstige donaties zijn begrepen.
10. De rechtbank is gelet op al het voorgaande, in het bijzonder gelet op de aard en de omvang van eiseres, van oordeel dat de door eiseres overgelegde bescheiden en jaarstukken tezamen en in onderling verband bezien voldoen als administratie als bedoeld in de Uitvoeringsregeling AWR. De administratie van eiseres waarborgt voldoende dat de bijeengebrachte middelen daadwerkelijk en controleerbaar ten behoeve van haar doelstelling worden ingezet.
11. De omstandigheid dat de jaarstukken van eiseres achteraf in 2012 zijn opgesteld, brengt de rechtbank niet tot het oordeel dat de intrekking voor de jaren 2008 tot en met 2011 in stand blijft. Eiseres heeft zich in dit verband beroepen op de brief van verweerder van 16 mei 2012 en uitlatingen van de staatssecretaris naar aanleiding van Kamervragen (staatssecretaris van Financiën 16 februari 2012, 2012Z00865, NTFR 2012/421). De rechtbank vat het betoog van eiseres op als een beroep op het vertrouwensbeginsel en oordeelt hierover als volgt.
12. In genoemde brief van verweerder van 16 mei 2012 is eiseres in de gelegenheid gesteld alsnog een administratie (balansen en staten van baten en lasten) op te stellen over de jaren 2008 tot en met 2011. De brief vermeldt dat de administratie van eiseres (naast de nog op te stellen administratie over de jaren 2008 tot en met 2011) aan alle regelgeving zal moeten voldoen, wil men de ANBI-status behouden. Indien de administratie bij nader onderzoek niet voldoet of er niet wordt voldaan aan andere ANBI-voorwaarden, dan zal intrekking van de ANBI-status (mogelijk met terugwerkende kracht) plaatsvinden. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres met deze brief in de gelegenheid gesteld alsnog de onderhavige jaarstukken op te stellen en is daarbij de indruk gewekt dat eiseres – indien alsnog aan de administratieve eisen zou worden voldaan – de intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht zou vervallen. Hierbij acht de rechtbank ook van belang dat het antwoord van de staatssecretaris op Kamervragen naar aanleiding van het feit dat veel organisaties niet voldoen aan alle voorwaarden om in het ANBI-register te worden opgenomen. De staatssecretaris heeft daarbij aangegeven dat omissies kunnen worden hersteld:
“De Belastingdienst oefent toezicht uit op de feitelijke werkzaamheden van ANBI’s, waarbij onder meer wordt onderzocht of die werkzaamheden passen in de statutaire doelstelling en of aan de overige voorwaarden voor ANBI’s is voldaan. Indien mocht blijken dat een instelling niet voldoet aan één of meer voorwaarden, dan kan de Belastingdienst het bestuur van een instelling verzoeken om binnen een redelijke termijn omissies te herstellen. Uiteindelijk kan de Belastingdienst ook de ANBI-status intrekken. Bij misbruik van de ANBI-status kan deze met terugwerkende kracht worden ingetrokken.”
Kennelijk heeft verweerder beoogd in overeenstemming met deze beleidslijn te handelen, zodat eiseres ook om die reden erop heeft mogen vertrouwen dat intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht achterwege zou blijven indien achteraf alsnog zou worden voldaan aan de vereisten.
13. Eiseres heeft met het opmaken van de jaarstukken alsnog voldaan aan de administratieve vereisten. De cijfers weergegeven in de balansen en de overzichten van de inkomsten en uitgaven stemmen overeen met de bedragen genoemd in de overige reeds aanwezige administratieve bescheiden. Gelet op het gewekte vertrouwen dient intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht, achterwege te blijven. Van misbruik van de ANBI-status is overigens niet gebleken, zodat ook in dat opzicht intrekking met terugwerkende kracht niet op zijn plaats is.
14. De omstandigheid dat het beleidsplan van eiseres achteraf in 2012 is opgemaakt, brengt de rechtbank evenmin tot een ander oordeel. De activiteiten van eiseres zijn eenvoudig van aard en het beleidsplan stemt overeen met de doelstelling van eiseres, haar feitelijke activiteiten en de beschrijving van haar activiteiten in de overige administratieve bescheiden. Gelet hierop en op bovenvermelde uitlatingen van verweerder en de staatssecretaris is de rechtbank van oordeel dat eiseres erop heeft mogen vertrouwen dat zij in de gelegenheid werd gesteld ook deze omissie te herstellen en heeft zij – nu zij daaraan alsnog heeft voldaan – in rechte erop mogen vertrouwen dat intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht achterwege blijft.
15. Verweerder stelt zich subsidiair op het standpunt dat eiseres niet heeft bewezen dat zij tot 1 januari 2010 met haar werkzaamheden in ongeveer gelijke mate zowel een algemeen als een particulier belang heeft gediend en niet heeft bewezen dat zij na 1 januari 2010 uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen belang heeft gediend. Voor zover verweerder hiermee betoogt dat eiseres niet heeft bewezen dat zij schenkingen heeft gedaan ten behoeve van het te bouwen kinderopvangcentrum, faalt het nu zulks – zoals hierboven is geoordeeld – uit de overgelegde administratieve bescheiden blijkt. De rechtbank acht aannemelijk dat de doelstelling en de feitelijke activiteiten van eiseres in gelijke mate (tot 2010) onderscheidenlijk nagenoeg geheel (vanaf 2010) het algemeen belang dienen. De door verweerder in zijn pleitnota ingenomen stelling dat de activiteiten mede het particuliere belang van de ondernemingen dienen, volgt de rechtbank niet. Eiseres financiert liefdadigheidsprojecten in Brazilië, al dan niet in samenwerking met aldaar gevestigde personen en instellingen en is gericht op het geestelijk en materieel welzijn van de mensen in de omgeving. Het kinderopvangcentrum staat - zo is onweersproken vast komen te staan - open voor alle kinderen in de omgeving, zodat het niet uitsluitend is opengesteld voor kinderen van (oud-)werknemers van de ondernemingen. De omstandigheid dat de gelden via de buitenlandse ondernemingen aan de liefdadigheidsprojecten zijn besteed, staat er evenmin aan in de weg om te oordelen dat eiseres rechtstreeks het algemeen belang heeft gediend met haar activiteiten.
16. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.”