Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1. Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
.
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
en
bij de rechtbank) en € 123 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 167 te vergoeden
.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Heemstede, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €745.000 per waardepeildatum 1 januari 2012. Na afwijzing van het bezwaar en beroep bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof bevestigde de bevoegdheid van de heffingsambtenaar om de beschikking te nemen. De heffingsambtenaar onderbouwde de WOZ-waarde met een taxatierapport en waarderapport waarin vergelijkingsobjecten werden gebruikt, rekening houdend met factoren als kwaliteit, onderhoud, voorzieningen en ligging (KOVL-factoren), en een grondstaffel voor de grondwaarde.
Belanghebbende betwistte de betrouwbaarheid van de KOVL-factoren en de grondstaffel, en voerde aan dat de gehanteerde grondwaarde en waarderingsmethodiek niet op concrete en toetsbare gegevens waren gebaseerd. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kwaliteit van de buurwoning lager was en dat de onderhoudsfactor correct was vastgesteld. Tevens werd geoordeeld dat de grondstaffel niet adequaat was onderbouwd met concrete gegevens.
Daarom stelde het Hof de WOZ-waarde van de woning vast op €715.000, lager dan de eerdere €745.000. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de uitspraak op bezwaar vernietigd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van kosten en griffierechten.
Uitkomst: Het Hof stelt de WOZ-waarde van de woning vast op €715.000 en vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar.