ECLI:NL:GHAMS:2016:2997
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzet tactische misleiding en bewijsuitsluiting in woningovervalzaak
In deze strafzaak tegen de verdachte wegens een woningoverval heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een tactisch plan waarbij de politie de verdachte misleidde met een fictieve buit, wat volgens de verdediging de vrije keuze van de verdachte om te verklaren aantastte en in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
Het hof heeft vastgesteld dat tijdens het verhoor slechts een enkele mededeling over een fictieve buit werd gedaan en dat de verdachte hierop niet inhoudelijk reageerde. Nadien zijn geen verdere vragen gesteld en was het de verdachte zelf die het onderwerp ter sprake bracht. Het hof concludeerde dat er geen sprake was van schending van het recht op een eerlijk proces, geen vormverzuim en dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is.
Verder oordeelde het hof dat de inzet van de tactiek als laatste redmiddel proportioneel en subsidiariteit in acht nemend was, gelet op de ernst van het delict en de beperkte aard van de misleiding. De opgenomen vertrouwelijke gesprekken (OVC) werden niet uitgesloten als bewijs. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verweer van de verdediging af.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en oordeelt dat de inzet van tactische misleiding geoorloofd is en het bewijs niet uitgesloten wordt.