ECLI:NL:GHAMS:2016:311
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek van giften aan in het buitenland wonende zieke moeder
Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2011 een bedrag van € 3.200 in aftrek als periodieke gift aan zijn gehandicapte moeder die in Marokko woont. De inspecteur corrigeerde deze aftrek en handhaafde de aanslag. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat giften aan natuurlijke personen, ook bloedverwanten in rechte lijn, niet als aftrekbare giften kwalificeren volgens de Wet IB 2001.
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat hij in 2009 telefonisch voorlichting had gekregen van de belastingtelefoon dat deze giften aftrekbaar zouden zijn. Het Hof achtte dit beroep niet aannemelijk en oordeelde dat voorlichting van de belastingdienst niet kan leiden tot een afwijking van de wet, tenzij aan strikte voorwaarden is voldaan, wat hier niet het geval was.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in kosten uitgesproken. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 4 februari 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met correctie van de giftenaftrek wordt bevestigd.