Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel;
- memorie van antwoord in incidenteel appel.
2.Feiten
3.Beoordeling
grief in incidenteel appelhoudt in dat de voorzieningenrechter [appellante] ten onrechte ontvankelijk heeft geacht in haar verzet, voor zover betrekking hebbend op de vordering tot betaling van de huurachterstand. [X] Management betoogt hiertoe dat het vonnis ingevolge het bepaalde in art. 144 aanhef Pro en sub d Rv ten uit-voer is gelegd, dat de in art. 143 Rv Pro bedoelde verzet-termijn ruimschoots is verstreken en dat het in art. 6 EVRM Pro besloten liggende recht op hoor en wederhoor te dezen niet is geschonden, zodat aan de verzet-termijn de hand had dienen te worden gehouden.
grief 2 in principaal appelbetoogt [appellante] dat de kantonrechter in overweging 4.9 van het bestreden vonnis ten onrechte heeft geoordeeld, kort gezegd, dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [appellante] de huur heeft betaald.