ECLI:NL:GHAMS:2016:3358
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurachterstand en stankoverlast in woonruimte zonder huurprijsvermindering
In deze zaak draaide het om een huurovereenkomst van een woonruimte waarbij de huurder een betalingsachterstand had en klaagde over ernstige stankoverlast in de woning. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstallige huur.
De huurder stelde in hoger beroep dat zij recht had op huurprijsvermindering vanwege de stankoverlast, maar had geen formeel verzoek tot huurprijsvermindering tijdig ingediend. De kantonrechter had de vorderingen van de verhuurder toegewezen, omdat de huurder geen tegenvordering had ingesteld conform artikel 7:207 BW Pro en de huurachterstand niet had bestreden.
Het hof oordeelde dat de brief van de huurder waarin zij haar klachten uitte en haar betalingsachterstand toelichtte, niet kon worden opgevat als een verzoek tot huurprijsvermindering, maar slechts als een opschorting van betaling om de verhuurder tot actie te bewegen. Omdat opschorting tijdelijk is en uiteindelijk betaling vereist, kon dit niet gelijk worden gesteld aan huurprijsvermindering.
Het bewijsaanbod van de huurder was niet relevant om het oordeel te wijzigen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de huurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van de huurder af wegens het niet tijdig instellen van een huurprijsvermindering.