ECLI:NL:GHAMS:2016:3757
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid navordering bij fout in schenkbelastingaanslag
Belanghebbende diende een papieren aangifte schenkbelasting in over een schenking van ruim 37 miljoen euro. Een administratief medewerker van de Belastingdienst voerde echter per vergissing een bedrag van circa 37 duizend euro in, wat leidde tot een te lage aanslag van €3.268.
De inspecteur stelde een navorderingsaanslag op van ruim €7,5 miljoen, gebaseerd op het juiste bedrag. Belanghebbende betwistte de bevoegdheid tot navordering, stellende dat zij in de veronderstelling verkeerde dat de aanslag juist was.
Het hof oordeelt dat de fout een neutrale en ruime definitie van 'fout' in artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR betreft, waaronder ook invoerfouten vallen. De fout was redelijkerwijs kenbaar, mede omdat de te weinig geheven belasting meer dan 30% van de verschuldigde belasting bedroeg, waardoor de fictie van kenbaarheid geldt.
Het hof bevestigt dat navordering mogelijk is bij dergelijke fouten en dat de inspecteur bevoegd was de navorderingsaanslag op te leggen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.