Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof:Aanvraag inkomensverklaring].
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een beschikking over parkeerbelasting en betaalde het griffierecht te laat, waarna de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Belanghebbende had betalingsonmacht aangevoerd en een verzoek om verlaging van het griffierecht ingediend.
Het Hof stelde vast dat het griffierecht van € 167 wel was betaald, maar te laat en dat onduidelijkheid bestond over de aanvang en duur van de betalingstermijn. Bovendien was het geheven griffierecht te hoog, aangezien volgens de Regeling verlaagd griffierecht slechts € 45 verschuldigd was.
Het Hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en de betaling van het te hoge griffierecht niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, wees de zaak terug en gelastte de griffier het teveel betaalde griffierecht en het griffierecht voor het hoger beroep te vergoeden.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep ontvankelijk, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.