Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat van 18 januari 2016, waarin een klacht tegen notarissen deels ongegrond en deels gegrond werd verklaard met een waarschuwing als maatregel.
Volgens artikel 107 lid 1 Wet Pro op het notarisambt moest het beroepschrift binnen 30 dagen na verzending van de beslissing zijn ingediend. De termijn eindigde op 17 februari 2016. Klaagster stelde dat zij op 15 februari 2016 tijdig haar beroepschrift had gepost, maar het hof ontving dit pas op 22 maart 2016.
Klaagster overlegde een printscreen als bewijs dat de brief op 14 februari was gemaakt en geopend, en op 15 februari zou zijn gepost. Het hof oordeelde dat dit geen direct bewijs was dat het beroepschrift daadwerkelijk was ontvangen en dat het risico van zoekraken van de post bij klaagster lag.
Daarom werd geconcludeerd dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en klaagster niet ontvankelijk is in haar hoger beroep.
Uitkomst: Klaagster is niet ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift.