Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.
2.Feiten
3.Beoordeling
grief 2 in principaal appelkomt [appellant] op tegen het oordeel van de kantonrechter, eveneens gegeven in overweging 10 van het bestreden vonnis, dat ook voor de overige door [appellant] aangebrachte voorzieningen geldt dat de (meer)waarde daarvan niet op een noemenswaardig bedrag is te begroten omdat die voorzieningen inmiddels zijn verwoond en dat de omstandigheid dat Ymere de opvolgend huurder meer huur kan vragen het gevolg is van de huurprijsontwikkeling en niet van de door [appellant] aangebrachte voorzieningen. [appellant] betoogt dat de kantonrechter ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat Ymere de opvolgend huurder van de woning een hogere huur in rekening heeft kunnen brengen omdat het aantal punten (in het kader van het waarderingsstelsel voor zelfstandige woonruimte) van de woning is vergroot dankzij de door [appellant] aangebrachte voorzieningen, in het bijzonder de aanleg van radiatoren in de drie slaapkamers, de gang en de zolderkamer, de verlenging van het aanrechtblad en het aanbrengen van wastafels in twee slaapkamers en in het toilet. Door deze hogere huur is Ymere volgens [appellant] (vijf jaar na zijn vertrek) mogelijk tot een bedrag van € 3.525,60 verrijkt.
grief II in incidenteel appelis daarom terecht voorgedragen.