Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties;
- pleitnota van de kant van Inima, met producties;
- pleitnota van de kant van Metroprop, met producties.
2.Feiten
3.Beoordeling
Administration Agreement. Hierin worden als partijen genoemd Inima (als ‘
owner’) en [Y] Management B.V. (als
‘administrator’). Het overgelegde exemplaar bevat slechts een handtekening aan de zijde van [Y] Management B.V., die van haar toenmalige directeur [D] . Dit stuk luidt, voor zover van belang, als volgt:
‘signing authorisation’van 9 december 1991 (namens Inima ondertekend door [B] ), waarin wordt verklaard dat mr. [E] van [Y] Mana-gement B.V. onbeperkt bevoegd is tot de bankrekening van Inima met het nummer [nummer] , met daarbij een handtekeningenkaart waarop, naast [E] , ook [A] als gemachtigde ten aanzien van dat rekeningnummer wordt genoemd.
grieven 1 tot en met 10 in incidenteel appelkunnen gezamenlijk worden besproken aangezien zij alle inhouden dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld, kort gezegd, dat moet worden aangenomen dat de
Administration Agreementtussen partijen geldt, dat Metroprop werkzaamheden heeft verricht om ACC als nieuwe huurder bij Inima te introduceren en dat Metroprop daarom recht heeft op betaling van
“the usual fees in ac[c]ordance with the tariffs and conditions [o]f the “NMB”in de zin van artikel 6 van Pro de
Administration Agreement. Het hof oordeelt als volgt.
Administration Agreementslechts een handtekening aan de zijde van [Y] Management B.V. bevat, te weten die van haar toenmalige directeur [D] . Het stuk is niet namens Inima ondertekend. Omdat niet is gesteld of gebleken dat [D] ooit bestuurder van Inima is geweest (laat staan ten tijde van de ondertekening van het stuk), behoeft het hof zich niet uit te laten over de vraag of [D] , als hij toen ook bestuurder van Inima zou zijn geweest, het stuk dan mede namens Inima zou hebben ondertekend. Partijen hebben aanvankelijk een dergelijke discussie gevoerd, dit echter uitgaande van de (door Inima betwiste en ook onjuist gebleken) stelling van Metroprop dat [Y] het stuk had ondertekend, in een periode dat hij zowel van Inima als (thans) Metroprop Vastgoed B.V. bestuurder was. Niet gesteld of gebleken is dat er een wel mede namens Inima getekende versie van de
Administration Agreementbestaat.
Administration Agreement, in het bijzonder artikel 6, als destijds door hen mondeling overeengekomen geldt, merkt het hof op dat deze stelling, die door Inima wordt betwist, onvoldoende feitelijk is onderbouwd. Bovendien heeft Metroprop op dit punt in appel geen voldoende concreet bewijsaanbod gedaan. De omstandigheid dat Inima in 1997 de onder 3.1 (e) vermelde courtagefactuur van Metroprop heeft voldaan, leidt niet tot een ander oordeel, te minder omdat Inima onweersproken heeft gesteld dat zich in het verleden herhaaldelijk (huurders)mutaties in het pand hebben voorgedaan waarvoor Metroprop haar geen courtage in rekening heeft gebracht. Ook de onder 3.1 (k) als laatste geciteerde volzin uit de e-mail van de advocaat van Inima van 24 juli 2014 leidt noch op zichzelf noch bezien in verband de betaling van voormelde eerdere factuur, tot een ander oordeel, evenmin als de omstandigheid dat [B] de onder 3.1 (d) genoemde machtiging heeft gegeven.
Administration Agreement(als schriftelijk of mondeling overeengekomen) tussen partijen gold. Reeds daarom zijn de grieven gegrond.
grief 11 in incidenteel appel, die opkomt tegen de door de rechtbank in eerste aanleg uitgesproken proceskosten-compensatie. Metroprop zal dan ook alsnog in die kosten worden verwezen. Dit laatste geldt ook met betrekking tot de kosten van het incidentele appel.