Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.BLOSH B.V.,
BLOSH FASHION GROUP B.V.,
BLOSH PROPERTIES B.V.,
ROGRO HOLDING B.V.,
MATANZAS B.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is ING Bank in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin werd geoordeeld dat de bank niet bevoegd was om het opslagpercentage op financieringen eenzijdig te verhogen. ING Bank verzocht het hof om voeging van dit hoger beroep met een andere zaak tussen de bank en een derde partij, omdat beide procedures hetzelfde juridische geschilpunt betreffen.
Blosh c.s., de tegenpartij in de onderhavige zaak, betoogden dat voeging niet passend is omdat het niet om identieke zaken gaat, de partijen verschillen en de bewijslastverdeling anders is. Het hof overweegt echter dat de zaken voldoende verknocht zijn, omdat zij voor dezelfde rechtbank spelen, dezelfde juridische vraag centraal staat en het wenselijk is om consistentie in uitspraken te waarborgen.
Het hof wijst de vordering tot voeging toe, onder verwijzing naar artikel 222 Rv Pro, en benadrukt dat de zaken als aparte procedures behandeld blijven en indien nodig later weer gesplitst kunnen worden. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden en de hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een memorie van grieven door de bank.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot voeging van de twee hoger beroepen toe en verwijst de hoofdzaak naar een rolzitting voor memorie van grieven.