ECLI:NL:GHAMS:2016:5140
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tussenkomst van eigenares naburige uitrit in erfdienstbaarheidsgeschil
In deze civiele procedure in hoger beroep staat het Gerechtshof Amsterdam de incidentele vordering van [X] B.V. tot tussenkomst toe. [X] B.V. stelt eigenaar te zijn van een strook grond die grenst aan een uitrit die aan haar toebehoort en wil haar belangen in de procedure tussen [appellanten] en [geïntimeerde] behartigen.
De procedure betreft een geschil over het gebruik van een strook grond en een deur in een afscheidingsmuur. De rechtbank had eerder geoordeeld dat [geïntimeerde] eigenaar is van de strook grond en gerechtigd is deze te gebruiken, en had een eerder vonnis van de voorzieningenrechter buiten toepassing verklaard.
Het hof oordeelt dat [X] B.V. voldoende belang heeft bij tussenkomst om verlies van eigen rechten te voorkomen, ondanks dat haar vordering ook eerder had kunnen worden ingesteld. De vordering tot voeging wordt niet behandeld omdat deze slechts subsidiair is ingesteld.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere memorie van grieven en memorie van eis in interventie. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof staat toe dat [X] B.V. als tussenkomende partij wordt toegelaten in het geschil over de erfdienstbaarheid en eigendom van de strook grond.