ECLI:NL:GHAMS:2016:5160
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontbinding huurovereenkomst en ontruiming bij onder bewind stelling huurster
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een huurster tegen een vonnis van de kantonrechter waarbij ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van huurachterstand werden toegewezen aan de verhuurder Eigen Haard. De huurster is inmiddels onder bewind gesteld, waardoor het hof oordeelt dat de bewindvoerder formele procespartij moet zijn in het hoger beroep.
Het hof stelt vast dat de huurster op het moment van het instellen van het hoger beroep onder bewind stond en dat volgens artikel 1:431 BW Pro de bewindvoerder het beheer en de vertegenwoordiging in rechte over de onder bewind gestelde goederen heeft. De rechten voortvloeiend uit de huurovereenkomst vallen onder deze goederen.
Daarom wordt de huurster in de gelegenheid gesteld om haar bewindvoerder op te roepen om het geding over te nemen en zelfstandig een oordeel te vormen over het hoger beroep. De zaak wordt aangehouden tot de bewindvoerder een akte indient, waarna Eigen Haard kan reageren. De verdere beslissing wordt uitgesteld totdat duidelijk is of de bewindvoerder het geding overneemt.
Uitkomst: Huurster wordt in de gelegenheid gesteld haar bewindvoerder als formele procespartij op te roepen, verdere beslissing wordt aangehouden.