ECLI:NL:GHAMS:2017:1060
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- M.A. Goslings
- M.L.D. Akkaya
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over uitvoerbaarverklaring bij voorraad van proceskostenveroordeling in civiele zaak
In deze civiele zaak is in hoger beroep de vraag aan de orde gesteld of het vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarin appellante is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan geïntimeerde, uitvoerbaar bij voorraad verklaard kan worden. Geïntimeerde had een incidentele vordering ingesteld op grond van artikel 234 Rv Pro om deze uitvoerbaarverklaring te verkrijgen, omdat het vonnis dit niet bevatte.
Het hof overweegt dat een proceskostenveroordeling die is uitgedrukt in een geldsom in beginsel geschikt is voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Bij de belangenafweging weegt het hof mee dat geïntimeerde een belang heeft bij spoedige betaling, mede omdat appellante op toevoegingsbasis procedeert en geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, noch bekende vermogensbestanddelen, waardoor verhaal onzeker is.
Appellante voerde verweer, maar heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat haar belang bij het behoud van de bestaande situatie zwaarder weegt dan het belang van geïntimeerde bij uitvoerbaarverklaring. Het hof wijst de incidentele vordering toe en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskosten betreft. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor beraad.
Uitkomst: Het hof verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor de proceskostenveroordeling aan geïntimeerde.