Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
niettoekomstbestendig waren.
Gerechtshof Amsterdam
Werknemer trad in 1974 in dienst bij een rechtsvoorganger van Rabobank en nam deel aan de collectieve pensioenregeling. In 2003 werd hem een vangnetregeling (NAR) aangeboden bij een verwachte reorganisatie, waarbij pensioenopbouw tijdens non-activiteit en VUT-overgangsregeling zou worden voortgezet op basis van het toen geldende salaris, vermeerderd met loonronden.
In 2006 trad een nieuw pensioenreglement in werking, waarbij de pensioengrondslag werd gebaseerd op de lagere NAR- en VUT-uitkeringen in plaats van het volledige salaris. Werknemer stelde dat hem een individuele toezegging was gedaan dat zijn pensioenopbouw op het volledige salaris zou blijven gebaseerd, en vorderde aanvulling van zijn pensioenopbouw en schadevergoeding.
De kantonrechter wees de vorderingen af, en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de e-mail waarop werknemer zich beroept onvoldoende gewicht heeft om een individuele toezegging aan te nemen, mede omdat de NAR een clausule bevatte dat toekomstige wijzigingen in het pensioenreglement ook voor werknemer zouden gelden. Het beroep op dwaling faalde eveneens omdat werknemer de NAR met die clausule heeft ondertekend.
Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde werknemer in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen individuele bovenreglementaire pensioenopbouw is toegezegd en wijst het hoger beroep af.