ECLI:NL:GHAMS:2017:2670
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder verlening van schone lei wegens niet-melding lopende onderneming
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin de schuldsaneringsregeling ten aanzien van hem werd beëindigd zonder verlening van de schone lei. Hij stelde dat hij zijn verplichtingen uit de regeling naar behoren had nagekomen en niet wist dat hij een lopende onderneming moest melden. Tevens stelde hij dat de bewindvoerder niet adequaat had gehandeld door niet eerder de bankafschriften te controleren.
De bewindvoerder stelde dat appellant sinds november 2013 een lopende onderneming exploiteerde zonder dit te melden bij de toelating tot de regeling. Er werden contante kasstortingen op zijn bankrekening gevonden, maar appellant voerde geen deugdelijke administratie. De onderneming was nog niet uitgeschreven uit het Handelsregister. De bewindvoerder concludeerde dat appellant niet aan zijn informatieplicht had voldaan en adviseerde het vonnis te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat appellant zijn lopende onderneming had verzwegen bij de toelating en daarmee de rechtbank onjuist had geïnformeerd. De postblokkade is slechts een controlemiddel en ontslaat appellant niet van zijn actieve informatieplicht. Door het ontbreken van volledige informatie kon de bewindvoerder zijn controlerende taak niet adequaat uitvoeren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder verlening van de schone lei wegens niet-melding van een lopende onderneming en niet-nakoming van informatieplicht.