Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven 1, 2, 3 in principaal appelen de beide
incidentele grievenzien op de huurachterstand en de daarop gebaseerde vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst. [appellant sub 1] voert aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat [appellant sub 1] de door [geïntimeerde] toegepaste verrekening van door haar betaalde bedragen tot een bedrag van € 401,50 zou hebben erkend. Ook meent hij dat de kantonrechter ten onrechte ervan is uitgegaan dat na de betaling in februari 2016 geen huurachterstand meer bestond en heeft geoordeeld dat het betalingsgedrag in het verleden niet de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. [geïntimeerde] meent dat de kantonrechter haar ten onrechte tot betaling heeft veroordeeld, omdat zij aanspraak kan maken op verrekening met een betaling die door haar is verricht. Ook voert zij aan dat zij vanaf oktober 2015 gerechtigd was de huur te verrekenen met de kosten van de in haar opdracht in september 2015 uitgevoerde loodgieterswerkzaamheden.
Grief 3 in principaal appel is dus tevergeefs voorgedragen. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst is door de kantonrechter op goede gronden afgewezen.
grieven 4 tot en met 11 in principaal appelzijn gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat het voorstel van [appellant sub 1] tot wijzing van de huurprijs tot € 1.600,= per maand niet redelijk is, zodat de verwerping ervan door [geïntimeerde] geen grond oplevert voor beëindiging van de huurovereenkomst, alsmede tegen de gronden waarop dat oordeel berust. Zij lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
tijdelijkeverlaging van de huur. De deskundige heeft voorts vermeld dat het gehuurde in goede staat van onderhoud een marktwaarde van minimaal € 3.000,= per maand zou hebben. Zij heeft niet gemotiveerd waarom de door haar geconstateerde minpunten, die dus voor een aanzienlijk deel voor rekening van [geïntimeerde] als huurster komen, een verlaging van de taxatie tot € 1.250,=, dus onder de helft van de markthuur, rechtvaardigen.
grieven 12 tot en met 20 in principaal appel.
grieven 21 en 22 in principaal appelslagen derhalve eveneens.