Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Ontvankelijkheid bezwaar 2012
Hoorplicht 2012
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2012 en 2013. De inspecteur verklaarde het bezwaar 2012 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar stemde in met prorogatie voor inhoudelijke beoordeling. De rechtbank oordeelde het beroep 2012 ongegrond en het beroep 2013 gegrond.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat het bezwaar 2012 terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het bezwaarschrift pas na de wettelijke termijn was ingediend. Belanghebbende stelde dat hij pas door ontvangst van een dwangbevel op de hoogte was van de aanslag, maar het Hof vond dat hij niet tijdig bezwaar had gemaakt nadat hij kennis had genomen van de aanslag.
Het Hof ging inhoudelijk in op de geschilpunten betreffende de aftrek van specifieke zorgkosten en giften. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd voor de gemaakte zorgkosten en contante giften aan moskeeën, waarbij bovendien sprake was van een tegenprestatie. De rechtbank en het Hof wezen de aftrek daarom terecht af.
Ten aanzien van de aanslag 2013 werd de hoorplicht door de inspecteur geschonden, waardoor de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en de aanslag handhaafde. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in kosten af.
De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 20 juni 2017 en is openbaar. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard voor 2012 en gegrond voor 2013, waarbij het bezwaar 2012 niet-ontvankelijk is en de aanslag 2013 gehandhaafd blijft.