Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Standpunt van het openbaar ministerie
Standpunt van de verdediging
keyfunctie binnen de onderneming, maar was slechts administratief medewerker. Hij had geen totaaloverzicht over de andere vennootschappen van de moedermaatschappij en zijn invloed ging niet verder dan het feitelijk uitvoeren van aan hem gegeven opdrachten. De verdachte was dan ook niet in staat noch gehouden maatregelen tegen de strafbare feiten te nemen.
Oordeel van het hof
key employee of the Dutch business unitmet daarbij de vermelding dat hij de functie van
financial controllerbekleedt. [1] De verdachte heeft onder meer ter terechtzitting in hoger beroep van 31 mei 2017 naar voren gebracht dat hij ten tijde van de ten laste gelegde feiten samen met [naam 2] de voltallige financiële administratie in Nederland vormde. Mede gelet op de (jongere) leeftijd van [naam 2] was de verdachte, naar eigen zeggen, het aanspreekpunt van de financiële administratie van de Nederlandse tak en werd hij als leidinggevende van die afdeling gezien. [2] Dit wordt bevestigd door verschillende medewerkers van de [bedrijf 2] . [3] De verdachte heeft [bedrijf 1] en [bedrijf 4] voorts vertegenwoordigd in zijn contacten met het kantoor van de accountant, [accountantkantoor] . Vanaf 2005 heeft hij deel uitgemaakt van het managementteam. [4]
Ben nu over de 750.000 eur heen. Ik stop met deze verachtelijke praktijken”. [7] Uit de verklaringen die de verdachte ten overstaan van de FIOD heeft afgelegd, volgt dat hij in 2005 aan zijn broer [naam 4] heeft gevraagd te mogen stoppen met het boeken van extra omzet. [naam 4] heeft hem bij die gelegenheid toegezegd dat dat jaar het laatste zou zijn. Toen [naam 1] de verdachte het daaropvolgende jaar, op 11 december 2006, vroeg extra omzet [bedrijf 11] en [bedrijf 6] te boeken, heeft de verdachte per mail aan [naam 4] gereageerd met de tekst:
“ik dacht dat dit niet hoefde?”. [8] Hierop volgde een woordenwisseling met [naam 1] , waarbij de verdachte heeft aangegeven dat het boeken van omzet volgens hem niet noodzakelijk was. [9] Diezelfde dag heeft de verdachte zich naar de wensen van [naam 1] gevoegd en [naam 3] per mail de opdracht gegeven of in elk geval het verzoek gedaan het te regelen: “
Helaas…maar we moeten toch nog extra omzet erin zetten dit jaar. We moeten het verdelen over [bedrijf 6] , [bedrijf 11] , en waarschijnlijk een Hongaarse partij, maar als je zelf een partij weet waar het makkelijk mee kan moet je het maar laten weten. Ik weet niet meer hoeveel we de laatste jaren voor elkaar hebben gebokst, maar we moeten ergens tussen de 750.000 en de 1.000.000 uit komen…en dan hoop ik dat dit het laatste jaar was.” [10] De verdachte heeft verder, op de vraag wanneer het met de valse facturen begonnen is, verklaard:
Nee, dat weet ik echt niet. Misschien dat de valse omzet in 2002, 2003 en 2004 ook al speelde.” [11]
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.