ECLI:NL:GHAMS:2017:3121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over redelijke schatting van winst uit hennepteelt en omkering bewijslast
Het geschil betreft de redelijke schatting van de winst die belanghebbende heeft genoten uit hennepteelt in 2012 en de vraag of de bewijslast omgekeerd en verzwaard moet worden omdat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. De rechtbank had de aanslag verminderd, maar het Hof vernietigt deze uitspraak en verklaart de beroepen ongegrond.
Feiten zijn dat op 29 augustus 2012 een hennepkwekerij werd aangetroffen met 75 planten verdeeld over twee kweektenten en een gangkast. Belanghebbende werd in een strafzaak veroordeeld voor hennepteelt. De inspecteur schatte het belastbaar inkomen op basis van een oogst van 66 planten op zolder en vier oogsten van 9 planten in de gangkast. De rechtbank ging uit van twee oogsten in de gangkast en paste de aanslag dienovereenkomstig aan.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan en dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard is. Het Hof acht de schatting van de inspecteur, inclusief vier oogsten in de gangkast, niet onredelijk en wijst op wisselende verklaringen van belanghebbende over het aanvangsmoment van de kwekerij op zolder. Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond.
De proceskostenveroordeling van de rechtbank wordt niet overgenomen door het Hof. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 20 juli 2017.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt de redelijke schatting van de winst uit hennepteelt door de inspecteur.