Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1]
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief 1betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte niet de meest recente plannen van hem en zijn dochters heeft vermeld. Het hof zal met dit bezwaar in het hierna volgende rekening houden. Voor het overige zijn de vastgestelde feiten in hoger beroep niet in geschil. Die feiten dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. De feiten luiden als volgt.
3.Beoordeling
grieven 3 tot en met 7bestrijden het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] de dringende noodzaak van het eigen gebruik niet aannemelijk heeft gemaakt, en de gronden waarop dat oordeel berust. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
dringendnodig heeft. [geïntimeerden] voert in dit verband aan dat het feit dat de wil bestaat om het gehuurde zelf in gebruik te nemen nog niet met zich brengt dat daartoe enige noodzaak bestaat. Hij betwist dat [appellant] bij die ingebruikneming een wezenlijk belang heeft, mede gelet op het feit dat hij andere horecapanden bezit waarin zijn dochters desgewenst een eigen zaak kunnen beginnen. [geïntimeerden] wijst erop dat de dochters op dit moment allemaal een inkomen hebben, terwijl ook [appellant] voor zijn levensonderhoud niet afhankelijk is van het beoogde nieuwe restaurant.
grieven 8 tot en met 11, die daarop betrekking hebben, niet hoeven te worden behandeld. Wel kan het hof toetsen of, zoals [geïntimeerden] tevens heeft aangevoerd, het beroep van [appellant] op dringend eigen gebruik, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, dan wel misbruik van bevoegdheid oplevert. [geïntimeerden] heeft in dit verband gesteld dat hij heeft mogen verwachten dat de huurovereenkomst langer zou duren dan tot 2018, aangezien hij voor (de goodwill en de inventaris van) het restaurant in 2003 een aanzienlijke som heeft neergeteld, die pas in 2013 geheel was afbetaald, en vervolgens in 2010 bij het huren van de nieuw gebouwde zaal aanzienlijke inrichtingskosten heeft gemaakt en ook nadien investeringen heeft gedaan die nog niet zijn terugverdiend. Voorts betoogt hij dat hij sinds 2003 het restaurant heeft uitgebouwd van een matig lopend tot een zeer goed draaiend etablissement en financieel afhankelijk is van de inkomsten uit zijn restaurant.