Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
[naam] (de dochter van [de heer A] , hierna: [mevrouw A] ) was tot 4 maart 2015 de enige (indirect) bestuurder van klaagster.
e-mailadres ‘ [mailadres 1] ’. In dit concept staat onder meer:
e-mailadres ‘ [mailadres 2] ’ onder meer medegedeeld dat hij het concept zoals besproken heeft aangepast en inmiddels aan alle betrokkenen heeft doorgestuurd. Verder heeft hij bij diezelfde e-mail de notaris verzocht het definitieve exemplaar nog per mail aan hem toe te zenden.
€ 250.000,-. Onder het hoofd ‘VII. DIRECTIE’ is de volgende ontbindende voorwaarde opgenomen:
4.Standpunt van klaagster
5.Standpunt van de notaris
6.Beoordeling
€ 250.000,- in de akte van 12 december 2014 ook niet geageerd. Het document ‘ [naam document] ’ waarin volgens klaagster de afspraken over de koopprijs nader zijn vastgelegd, heeft de notaris pas voor het eerst gezien na de indiening van de klacht.
€ 1.350.000,- was genoemd. In de eerste conceptakte voor de levering van de aandelen (zie 3.2.10.) heeft de notaris nadrukkelijk verwezen naar het desbetreffende document en daaruit letterlijk geciteerd. Op het moment dat de notaris van de verkopende partij te horen kreeg dat de koopprijs slechts € 250.000,- bedroeg, had de notaris over die nieuwe, aanzienlijk lagere, koopprijs aan beide partijen vragen moeten stellen. Niet gebleken is dat de notaris dat heeft gedaan. Het hof acht dit zeer onzorgvuldig en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar.
7.Beslissing
T.K. Lekkerkerker en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2017 door de rolraadsheer.