ECLI:NL:GHAMS:2017:4263
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €417.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil betrof de juiste marktwaarde van de woning per peildatum 1 januari 2014. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €372.896 voor, onderbouwd met een taxatierapport dat een modelmatige waardebepaling met een correctie op woonoppervlakte bevatte. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatieverslag en een waardematrix gebaseerd op vergelijkingsobjecten.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan door de waarde te baseren op verkoopprijzen van vergelijkbare woningen, waarbij ook rekening was gehouden met verschillen in ligging, inhoud en voorzieningen. De door belanghebbende gebruikte methode en taxatierapport waren onvoldoende onderbouwd en boden geen overtuigend alternatief. Ook het argument dat de waarde niet op bruto-inhoud maar op woonoppervlak moest worden gebaseerd, werd verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €417.000 wordt bevestigd.