ECLI:NL:GHAMS:2017:4264
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €312.000 voor het jaar 2014. Na een ongegrond verklaring van het bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil betrof de vraag of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. Belanghebbende stelde dat de woning in deplorabele staat verkeerde en alleen de grondwaarde van €225.000 relevant was. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatieverslag en waardematrix, waarbij de woning werd vergeleken met andere objecten.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de gehanteerde waarderingsmethode betrouwbaar was. De door belanghebbende overgelegde contra-expertise was onvoldoende onderbouwd en kon niet afdoen aan de vastgestelde waarde. Ook het argument dat een koper de woning direct zou slopen, deed niet af aan de waardering.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €312.000 bevestigd.