ECLI:NL:GHAMS:2017:4325

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2017
Publicatiedatum
26 oktober 2017
Zaaknummer
200.186.102/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:136 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis rechtbank en terugbetaling aanneemovereenkomst na factuurgeschil

In deze zaak gaat het om een geschil tussen appellanten en X Bouw omtrent de afrekening van een aanneemovereenkomst. Na eerdere tussenarresten heeft het hof de zaak verder beoordeeld op basis van de ingebrachte facturen en reacties van partijen.

Het hof concludeert dat appellanten niet langer betwisten dat X Bouw bepaalde facturen heeft betaald en doorbelast, waardoor terugbetaling van € 6.930,78 niet aan de orde is. Wel is vastgesteld dat X Bouw ten onrechte een factuur van Energy ter grootte van € 1.200,= in rekening heeft gebracht. Het beroep op verrekening door X Bouw wordt door het hof verworpen.

Uiteindelijk vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank voor zover appellanten ten onrechte zijn veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 17.256,50 in plaats van € 15.960,50. X Bouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 1.296,= met wettelijke rente. Het overige vonnis wordt bekrachtigd en appellanten worden in de kosten van het appel verwezen.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor een te hoog bedrag en veroordeelt X Bouw tot terugbetaling van € 1.296 met rente.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.186.102/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 3143559/ CV EXPL 14-16553
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 oktober 2017
inzake

1.[appellant sub 1] ,

2. [appellante sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. F.G. Horsting te Amsterdam,
tegen:
[X] BOUW B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.A. Kaatee te Amsterdam.
Partijen worden hierna wederom [appellanten] en [X] Bouw genoemd.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft op 22 augustus 2017 in deze zaak een (derde) tussenarrest gewezen (verder ook: het tussenarrest). Bij dat arrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor een akte aan de zijde van [appellanten]
hebben hierna een akte genomen.
Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2.Verdere beoordeling

2.1.1.
Bij het tussenarrest heeft het hof [appellanten] in de gelegenheid gesteld te reageren op de door [X] Bouw in het geding gebrachte facturen van Bomij, [A] en [B] .
2.1.2.
Uit het feit dat [appellanten] zich in hun akte na het tussenarrest te dezen aan het oordeel van het hof hebben gerefereerd, leidt het hof af dat zij niet langer betwisten dat [X] Bouw deze facturen heeft betaald en aan hen overeenkomstig de gemaakte afspraak heeft doorbelast. Daarom bestaat er, mede gezien overweging 2.3.3 van het tussenarrest, geen grond [X] Bouw te veroordelen tot terugbetaling aan [appellanten] van een bedrag van € 6.930,78.
2.2.1.
In overweging 2.4.2 van het tussenarrest heeft het hof, voorts, vastgesteld dat [X] Bouw heeft erkend [appellanten] ten onrechte de factuur van Energy ter grootte van € 1.200,= in rekening te hebben gebracht. Omdat [X] Bouw zich te dezen gemotiveerd op verrekening beriep, heeft het hof de zaak naar de rol verwezen opdat [appellanten] op dit verweer zouden kunnen reageren.
2.2.2.
De desbetreffende reactie van [appellanten] in hun akte na het tussenarrest geeft het hof aanleiding het door [X] Bouw gedane beroep op verrekening te verwerpen op grond van het bepaalde in art. 6:136 BW Pro, zulks mede gelet op het stadium van het geding waarin [X] Bouw dit beroep op verrekening heeft gedaan.
2.2.3.
Uit het voorgaande volgt, mede gezien overweging 2.4.2 van het tussenarrest, dat [appellanten] te dezen ten onrechte zijn veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.200,=, vermeerderd met € 96,= wegens 8% opslag. Omdat de nota van Energy geen bedrag wegens btw bevat, gaat het hof er (bij gebreke van feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel nopen) van uit dat [appellanten] [X] Bouw ter zake geen btw hebben betaald.
2.3.
De eindconclusie is dat [appellanten] bij het bestreden vonnis in conventie ten onrechte zijn veroordeeld tot een bedrag van € 17.256,50 in hoofdsom in plaats van een bedrag van (€ 17.256,50 minus € 1.296,= is) € 15.960,50, telkens met wettelijke rente vanaf 12 oktober 2013. Genoemd vonnis zal daarom in zoverre worden vernietigd en [X] Bouw zal tot terugbetaling van € 1.296,=, met de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf 23 november 2015, worden veroordeeld. Het bestreden vonnis (in conventie en in reconventie) zal voor al het overige worden bekrachtigd. Dit geldt dus ook ten aanzien van proceskosten, omdat [appellanten] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij moeten worden aangemerkt.
2.4.
[appellanten] zullen tevens, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van het appel, de kosten van het incident daaronder begrepen. Ten aanzien van dit laatste merkt het hof nog op dat het bij het tussenarrest van 29 november 2016 weliswaar de incidentele vordering van [appellanten] heeft toegewezen, maar dat uit het verdere verloop van het geding in appel is gebleken dat die kosten voor het overgrote deel nodeloos door [appellanten] zijn veroorzaakt. Die kosten dienen daarom voor hun rekening te komen.

3.Beslissing

Het hof:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2015, waarvan beroep, voor zover daarbij in conventie een groter bedrag is toegewezen dan € 15.960,50, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 12 oktober 2013, wijst dat meerdere alsnog af en veroordeelt [X] Bouw tot terugbetaling van een bedrag van € 1.296,= te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 november 2015, zijnde de dag van de dagvaarding in hoger beroep;
bekrachtigt het bestreden vonnis (in conventie en in reconventie) voor al het overige;
verwijst [appellanten] in de kosten van het appel, die van het incident daaronder begrepen, aan de zijde van [X] Bouw gevallen en tot op heden begroot op € 711,= wegens verschotten en op € 2.682,= wegens salaris van de advocaat;
verklaart dit arrest ten aanzien van voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.C.W. Rang en E.M. Polak en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017.