ECLI:NL:GHAMS:2017:4411
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontzetting uit het ambt van notaris wegens schending bewaringsplicht en negatieve bewaringspositie
In deze civiele zaak stond een klacht van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) tegen een notaris centraal. Het BFT verwijt de notaris dat hij per 31 december 2015 een negatieve bewaringspositie had van €16.294,00, dat hij dit tekort niet onverwijld heeft gemeld en niet terstond heeft aangevuld, en dat hij niet voorafgaand aan overboekingen van de kwaliteitsrekening naar de kantoorrekening heeft vastgesteld of de bewaringspositie toereikend was.
De kamer voor het notariaat had de klacht gegrond verklaard en de maatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd. De notaris ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Hij voerde onder meer aan dat de beslissing nietig was omdat een onbevoegd lid van de kamer bij de beslissing betrokken was, en dat de zaak terugverwezen moest worden. Het hof verwierp dit standpunt en vernietigde de bestreden beslissing, maar besloot de zaak zelf af te doen.
Het hof stelde vast dat de notaris de negatieve bewaringspositie had erkend en dat hij maatregelen had genomen om herhaling te voorkomen, zoals het aanstellen van een boekhouder en coach. Desondanks vond het hof, gelet op de ernst van de feiten, de duur en omvang van het tekort, en de financiële situatie van de notaris, dat ontzetting uit het ambt passend en geboden was. De klacht werd op alle onderdelen gegrond verklaard en de maatregel opgelegd.
Uitkomst: De notaris wordt ontzet uit het ambt wegens schending van de bewaringsplicht en een negatieve bewaringspositie.