Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding na verwijzing
2.Feiten
3.Beoordeling
Hotel Wilhelmina-arrest van 19 mei 1978 (ECLI:NL:HR:1978:AC6258) heeft de Hoge Raad overwogen dat het beroep van de verzekeraar op (het toen geldende) artikel 251 WvK Pro slechts kan slagen indien hij, als redelijk handelend verzekeraar, ware hij bekend geweest met de verkeerdheid van de opgave, de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan. Uit dit arrest kan naar het oordeel van het hof niet worden afgeleid dat deze beoordeling in algemene zin geheel of gedeeltelijk moet worden geabstraheerd van de concrete acceptatiecriteria van de desbetreffende verzekeraar (daar ging het betreffende geschil ook niet over), maar wel dat bij de beoordeling van het optreden van een verzekeraar betekenis dient te worden toegekend aan hetgeen van een ‘redelijk handelend verzekeraar’ mag worden verwacht. Niet is gebleken dat de wetgever iets anders heeft willen regelen bij de invoering van de artikelen 7:929 lid 2 en 7:930 lid 4 BW. (Zie ook hof Amsterdam 4 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1195)