ECLI:NL:GHAMS:2017:4719
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na voorlopige hechtenis in zaak doodslag en wapens
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van €30.430,- voor schade geleden door verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak waarin hij werd veroordeeld voor overtreding van de Wet wapens en munitie en ontslagen van rechtsvervolging voor doodslag na geslaagd beroep op noodweer.
De zaak betrof onder meer het aantreffen van een alarmpistool en stroomstootwapen bij verzoeker thuis, feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De strafzaak eindigde met een geldboete en deels ontslag van rechtsvervolging.
De advocaat-generaal concludeerde tot afwijzing van het verzoek en het hof oordeelde dat onder de term 'zaak' moet worden verstaan al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had. Omdat de voorlopige hechtenis betrekking had op een feit waarvoor deze is toegelaten en de zaak niet eindigde zonder straf, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot schadevergoeding.
Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie waarin een andere uitleg van het zaaksbegrip slechts in zeer uitzonderlijke gevallen wordt gehanteerd. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 november 2017.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis.